Arbeidsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Reguliere arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst? Klachten over…

Hoge Raad, 21 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 oktober 2022
Datum publicatie
20 oktober 2022
Zaaknummer
21/04996
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.J. van Basten Batenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1508
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Reguliere arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst? Klachten over bewijslastverdeling.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 7 september 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1695
  2. Conclusie A-G · 3 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:610
  3. Hoge Raad · 21 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1508

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/04996

Datum 21 oktober 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[de werkneemster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: de werkneemster,

advocaat: M.J. van Basten Batenburg,

tegen

[het uitzendbureau] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: het uitzendbureau,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak 7294763 VZ VERZ 18-22745 van de kantonrechter te Rotterdam van 14 december 2018;

  2. de beschikkingen in de zaak 200.256.008/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 februari 2020 en 7 september 2021.

De werkneemster heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het uitzendbureau heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de werkneemster heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de werkneemster in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het uitzendbureau begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.