Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Verzoek herroeping op grond van…
Hoge Raad, 10 juli 2020
ECLI:NL:HR:2020:1263 · Hoge Raad · 10 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1263
Zaakgegevens
Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2020
- Datum publicatie
- 8 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/03099
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.J.H Zandbergen, N.T. Dempsey
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1263
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Verzoek herroeping op grond van bedrog; art. 382, onder a, Rv.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 maart 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:2789Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 februari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:118Hoge Raad · 10 juli 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1263
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03099
Datum 10 juli 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de werkneemster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [de werkneemster],
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
WONINGSTICHTING VECHTDAL WONEN,
gevestigd te Ommen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BWV,
advocaat: N.T. Dempsey.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak 4694994 \ HA VERZ 15-223 van de kantonrechter te Zwolle van 2 februari 2016;
-
de beschikking in de zaak 200.190.334 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 augustus 2016;
-
de beschikking in de zaak 200.239.500/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2019.
[de werkneemster] heeft tegen de beschikking van het hof van 29 maart 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
BWV heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de werkneemster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [de werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BWV begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020.