Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Afwikkeling pensioenaanspraken na ontbinding…
Hoge Raad, 13 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1790 · Hoge Raad · 13 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1790
Zaakgegevens
Op 13 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2020
- Datum publicatie
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- 19/03373
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, J.A.M.A. Sluysmans
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1790
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Afwikkeling pensioenaanspraken na ontbinding arbeidsovereenkomst. Klachten over niet toestaan eiswijziging, o.a. op de grond dat dit in strijd is met eerdere eindbeslissing. Voorts klachten over gehanteerde rekenrente.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:3346Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:556Hoge Raad · 13 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1790
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03373
Datum 13 november 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
FREECROWN INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Beek, gemeente Montferland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Freecrown,
advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 331152 CV EXPL 08-785 van de kantonrechter te Oude IJsselstreek van 8 januari 2009, 27 augustus 2009 en 22 juni 2011;
-
de arresten in de zaak 200.098.405 van het gerechtshof Arnhem van 17 januari 2012, en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2017, 12 juni 2018 en 16 april 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof 16 april 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Freecrown heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Freecrown mede door N. van Triet.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Freecrown begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.