Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Klachten over strijd met tweeconclusieregel, aard van het…
Hoge Raad, 18 maart 2022
ECLI:NL:HR:2022:393 · Hoge Raad · 18 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-393
Zaakgegevens
Op 18 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 maart 2022
- Datum publicatie
- 17 maart 2022
- Zaaknummer
- 20/03473
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:393
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Klachten over strijd met tweeconclusieregel, aard van het boetebeding en matiging van de boete. Vervolg op HR 28 september 2018, 17/01261, ECLI:NL:HR:2018:1783.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 juli 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2114Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1000Hoge Raad · 18 maart 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:393
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03473
Datum 18 maart 2022
ARREST
In de zaak van
HOLLAND CAPITAL PARTNERS B.V.,
gevestigd te Bussum,
EISERES tot cassatie,
hierna: HCP,
advocaten: J.P. Heering en H. Boom,
tegen
MN SERVICES N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: MN,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en G.J. Harryvan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
-
zijn arrest in de zaak 17/01261, ECLI:NL:HR:2018:1783 van 28 september 2018;
-
het arrest in de zaak 200.258.818/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 juli 2020.
HCP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
MN heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor HCP mede door G.J. Standhardt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van HCP hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt HCP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MN begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HCP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 maart 2022.