Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Appelprocesrecht. Devolutieve werking hoger beroep; art. 25 Rv.
Hoge Raad, 27 januari 2023
ECLI:NL:HR:2023:100 · Hoge Raad · 27 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-100
Zaakgegevens
Op 27 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2023
- Datum publicatie
- 26 januari 2023
- Zaaknummer
- 22/00024
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, I.M.A. Lintel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:100
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Appelprocesrecht. Devolutieve werking hoger beroep; art. 25 Rv.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 8 oktober 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2924Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:100Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:397Hoge Raad · 3 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:826Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:951Hoge Raad · 27 januari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:100
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00024
Datum 27 januari 2023
ARREST
In de zaak van
[de Bestuurder],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de Bestuurder,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaat: I.M.A. Lintel.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/370122/HA ZA 14-432 van de rechtbank Midden- Nederland van 5 november 2014, 10 februari 2016, 28 maart 2018, 29 augustus 2018 en 16 januari 2019;
b. de arresten in de zaak 200.270.324 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2020 en 5 oktober 2021.
De Bestuurder heeft tegen het arrest van het hof van 5 oktober 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft afgezien van het indienen van een verweerschrift.
De zaak is voor de Bestuurder toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Bestuurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 27 januari 2023.