Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht (dwangsom). Executiegeschil. Art. 438 Rv. Art. 611g Rv. Schorsing van de…
Hoge Raad, 10 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:195 · Hoge Raad · 10 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-195
Zaakgegevens
Op 10 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2023
- Datum publicatie
- 9 februari 2023
- Zaaknummer
- 21/02666
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- V Rorsch, A.H. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:195
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht (dwangsom). Executiegeschil. Art. 438 Rv. Art. 611g Rv. Schorsing van de verjaring van de dwangsommen. Overtreding gebod.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:10352Gerechtshof Den Haag · 4 mei 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2054(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1026Hoge Raad · 10 februari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:195
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02666
Datum 10 februari 2023
ARREST
In de zaak van
1. EOX INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. COOL CLEANING LICENCY B.V.,
gevestigd te Budel,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: eOx c.s.,
advocaat: V. Rorsch,
tegen
BVBA [eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] , België,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ATSSE,
advocaat: A.H. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/554338 / KG ZA 18-570 van de rechtbank Den Haag van 28 augustus 2018;
b. het arrest in de zaak 200.246.932/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021.
eOx c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ATSSE heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt eOx c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ATSSE begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 10 februari 2023 .