Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Arbitrage. Verzoek tot erkenning en verlof tenuitvoerlegging arbitraal…
Hoge Raad, 6 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1145 · Hoge Raad · 6 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1145
Zaakgegevens
Op 6 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 september 2024
- Datum publicatie
- 6 september 2024
- Zaaknummer
- 23/03739
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1145
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Arbitrage. Verzoek tot erkenning en verlof tenuitvoerlegging arbitraal eindvonnis (art. 1075 Rv; Verdrag van New York). Hof wijst af o.g.v. (i) nietigverklaring na arbitraal tussenvonnis van benoeming arbiter door Hooggerechtshof Madrid, (ii) ontbreken arbitraal beding en (iii) schorsing tenuitvoerlegging eindvonnis door hof van beroep Parijs. Klachten tegen elk van deze afwijzingsgronden.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 27 juni 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1184Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 december 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:10935Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:701Hoge Raad · 6 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1138Hoge Raad · 6 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1145
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03739
Datum 6 september 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],
allen wonende te [woonplaats], Filipijnen,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaten: B.T.M. van der Wiel, R.R. Verkerk en L.V. van Gardingen,
tegen
DE STAAT MALEISIË,
gevestigd te Kuala Lumpur, Maleisië,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: Maleisië,
advocaten: J.W.M.K. Meijer, J.J. Valk en M.H.K. Jansen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.317.091/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2023. [eisers] hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Maleisië heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Maleisië begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 september 2024.