Burgerlijk procesrecht

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen.

Hoge Raad, 11 november 2022

Zaakgegevens

Op 11 november 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2022
Datum publicatie
10 november 2022
Zaaknummer
22/01659
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1605
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 december 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:2793
  2. Conclusie A-G · 16 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:902
  3. Hoge Raad · 11 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1605

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/01659

Datum 11 november 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [verzoeker],

tegen

NAUTA DUTILH N.V.,
gevestigd te Rotterdam.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak C/10/591473 / HA RK 20-144 van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2020;

  2. de beschikking in de zaak 200.290.360/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 december 2021.

[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

[verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De procesinleiding is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kon worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van art. 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit verzuim te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk is. De door verzoeker aangevoerde omstandigheid dat hij niet erin is geslaagd een advocaat bij de Hoge Raad bereid te vinden de procesinleiding te ondertekenen en in te dienen, maakt dit niet anders.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.

Vgl. HR 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4497, rov. 3.2. en HR 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1540.