Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet…

Hoge Raad, 21 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 oktober 2022
Datum publicatie
21 oktober 2022
Zaaknummer
22/01946
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1540
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 januari 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:351
  2. Conclusie A-G · 9 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:807
  3. Hoge Raad · 21 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1540

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/01946

Datum 21 oktober 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: verzoekster,

tegen

[de bewindvoerder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats].

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak 8875444 \ MP VERZ 20-1862 van de kantonrechter te Zutphen van 1 april 2021;

  2. de beschikking in de zaak 200.296.285 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 januari 2022.

Verzoekster heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. Verzoekster heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De door verzoekster aangevoerde omstandigheid dat zij niet erin is geslaagd een advocaat bij de Hoge Raad bereid te vinden de procesinleiding te ondertekenen en in te dienen, maakt dit niet anders.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.

Vgl. HR 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4497, rov. 3.2.