Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 5 sub 1 onder a EEX-Vo. Art. 4 lid 2 EVO. Kenmerkende…
Hoge Raad, 8 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1133 · Hoge Raad · 8 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-1133
Zaakgegevens
Op 8 november 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 november 2013
- Datum publicatie
- 7 november 2013
- Zaaknummer
- 12/04481
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.M.P Brisdet, mr. J.W.H. van Wijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:1133
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 5 sub 1 onder a EEX-Vo. Art. 4 lid 2 EVO. Kenmerkende prestatie leningovereenkomst. Is terugbetaling brengschuld?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:873Hoge Raad · 8 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:1133
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
8 november 2013
Eerste Kamer
12/04481
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. F.M.P. Brisdet,
t e g e n
1. [verweerder 1],
2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 325189/HA ZA 09-516 van de rechtbank Rotterdam van 2 september 2009, 16 december 2009 en 17 maart 2010;
b. de arresten in de zaak 200.070.381/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 18 januari 2011 en 3 april 2012.
Het arrest van het hof van 3 april 2012 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 3 april 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 8 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 november 2013.