Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteit. Verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit kind op de voet van art…
Hoge Raad, 22 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1402 · Hoge Raad · 22 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-1402
Zaakgegevens
Op 22 november 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2013
- Datum publicatie
- 21 november 2013
- Zaaknummer
- 12/05996
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.B Teunis, mr. M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:1402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteit. Verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit kind op de voet van art. 3 lid 1 Rijkswet op het Nederlanderschap. Afstamming. Erkenning in het buitenland gesloten polygaam huwelijk? Openbare orde. Betrokkenheid bij de Nederlandse rechtssfeer? Art. 10:31-32 BW.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:911Hoge Raad · 22 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:1402
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
22 november 2013
Eerste Kamer
12/05996
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [het kind]
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 405776/HA RK 11-652 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 september 2012.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 november 2013.