Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Belgische NV rechtsgeldig vertegenwoordigd? Schijn van…
Hoge Raad, 22 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1404 · Hoge Raad · 22 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-1404
Zaakgegevens
Op 22 november 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2013
- Datum publicatie
- 22 november 2013
- Zaaknummer
- 12/05686
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.M Wagemakers, mr. F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:1404
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Belgische NV rechtsgeldig vertegenwoordigd? Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 oktober 2013
ECLI:NL:PHR:2013:916Hoge Raad · 22 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:1404
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
22 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05686
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van
ESTRA B.V.,
gevestigd te Schiedam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats], België,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Estra en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 377524/KG ZA 11-370 van de rechtbank Rotterdam van 20 juni 2011;
b. het arrest in de zaak 200.094.099/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 28 augustus 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Estra beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Estra toegelicht door haar advocaat en voor [verweerster] door mr. B.F. Assink, advocaat te Rotterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van Estra heeft bij brief van 16 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Estra in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 november 2013.