Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Herroeping van arbitrale vonnissen op grond van bedrog, art. 1068 lid 1 aanhef en onder a…
Hoge Raad, 29 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1469 · Hoge Raad · 29 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-1469
Zaakgegevens
Op 29 november 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 november 2013
- Datum publicatie
- 29 november 2013
- Zaaknummer
- 12/05721
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:1469
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Herroeping van arbitrale vonnissen op grond van bedrog, art. 1068 lid 1 aanhef en onder a Rv. Maatstaf beoordeling bedrog; passeren bewijsaanbod.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 8 mei 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BW7582Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 oktober 2013
ECLI:NL:PHR:2013:918Hoge Raad · 29 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:1469
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
29 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05721
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. H.H.M. Meijroos en mr. A. Ramsoedh,
t e g e n
1. de vennootschap naar Liechtensteins recht AQUA FINA A.G.,
gevestigd te Vaduz, Liechtenstein,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats], Oostenrijk,
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Aqua Fina c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de tussen (onder meer) partijen gewezen arbitrale vonnissen van 15 juli 2005 en 25 mei 2010;
b. de arresten in de zaak 200.077.339 van het gerechtshof te Arnhem van 19 april 2011 en 8 mei 2012.
Het arrest van het hof van 8 mei 2012 aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 8 mei 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Aqua Fina c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principale beroep en tot het buiten behandeling laten van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft op 18 oktober 2013 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aqua Fina c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 november 2013.