Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Voldoening van belastingschuld B.V. door (hoofdelijk) aansprakelijke bestuurder, art. 36 en…
Hoge Raad, 20 september 2013
ECLI:NL:HR:2013:718 · Hoge Raad · 20 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-718
Zaakgegevens
Op 20 september 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 september 2013
- Datum publicatie
- 20 september 2013
- Zaaknummer
- 12/02908
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M de Boorder, mr. J.W.H. van Wijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:718
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Voldoening van belastingschuld B.V. door (hoofdelijk) aansprakelijke bestuurder, art. 36 en 55 lid 1 Invorderingswet 1990 (oud). Gelijkheidsbeginsel.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:48Hoge Raad · 20 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:718
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
20 september 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02908
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M. de Boorder,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/NOORD,
kantoorhoudende te Groningen,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Ontvanger.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 93578/HA ZA 07-386 van de rechtbank Groningen van 18 november 2009;
b. het arrest in de zaak 200.052.260 van het gerechtshof te Leeuwarden van 31 januari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. C.M. Bergman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaa R.L.H. IJzerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 9 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.489,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadheer M.A. Loth op 20 september 2013.