Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, NJ 2011/475. Arbitrage. Omvang…
Hoge Raad, 20 september 2013
ECLI:NL:HR:2013:719 · Hoge Raad · 20 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-719
Zaakgegevens
Op 20 september 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 september 2013
- Datum publicatie
- 20 september 2013
- Zaaknummer
- 12/03343
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L Daum, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:719
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, NJ 2011/475. Arbitrage. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Opdracht arbiters; art. 1065 lid 1 onder c Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:38Hoge Raad · 20 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:719
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
20 september 2013
Eerste Kamer
nr. 12/03343
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. AREB HOLDING B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L. Daum,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. AMEG B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 08/02687, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, van de Hoge Raad van 23 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.091.567/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 17 april 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 20 september 2013.