Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsaanvraag VoF en vennoten. Nog geen advocaat bekend. Producties rechtstreeks…
Hoge Raad, 27 september 2013
ECLI:NL:HR:2013:788 · Hoge Raad · 27 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-788
Zaakgegevens
Op 27 september 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 september 2013
- Datum publicatie
- 27 september 2013
- Zaaknummer
- 13/01715
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S Kousedghi, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:788
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsaanvraag VoF en vennoten. Nog geen advocaat bekend. Producties rechtstreeks naar VoF verzonden. Hoor en wederhoor.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 juli 2013
ECLI:NL:PHR:2013:118Hoge Raad · 27 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:788
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
27 september 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01715
RM/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. HOFJE VAN NOMAN V.O.F.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
2. [eiser 2],
3. [eiseres 3],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
1. STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR HET BAKKERSBEDRIJF,
gevestigd te Groningen,
2. STICHTING SOCIAAL FONDS BAKKERSBEDRIJF,
gevestigd te Gouda,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de v.o.f. en haar vennoten en het Bedrijfspensioenfonds c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/09/432666/FT-RK 12.3098 van de rechtbank Den Haag van 12 februari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.122.090/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de v.o.f. en haar vennoten beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Bedrijfspensioenfonds c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor de v.o.f. en haar vennoten toegelicht door mr. H.J.W. Alt, advocaat bij de Hoge Raad, en voor het Bedrijfspensioenfonds c.s. door hun advocaat, alsmede door mr. E. Lutjens, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 8 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.