Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid van bij één dagvaarding tegen twee vonnissen ingesteld hoger beroep…
Hoge Raad, 4 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:848 · Hoge Raad · 4 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-848
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2013
- Datum publicatie
- 3 oktober 2013
- Zaaknummer
- 12/01862
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. den Hoed.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:848
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid van bij één dagvaarding tegen twee vonnissen ingesteld hoger beroep. Beroepsaansprakelijkheid advocaat, maatstaf.
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:GHSHE:2011:6693Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:24Hoge Raad · 4 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:848
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
4 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/01862
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1.[eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiseres 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [eiser 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eiseres 6],
gevestigd te [vestigingsplaats],
7. [eiser 7],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. A. Knigge en mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerster 4],
wonende te Den Hout, gemeente Oosterhout,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 169729/HA ZA 07-76 en 171554/ HAZA 07-339 van de rechtbank Breda van 5 november 2008 en 13 mei 2009;
b. de arresten in de zaak HD 200.037.073 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 17 mei 2011 en 27 december 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 17 mei 2011 en 27 december 2011 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 12 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, M.A. Loth, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 4 oktober 2013.