Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Koop woonhuis. Beroep op dwaling; art. 6:228 BW. Mededelingsplicht? Peilmoment sluiten…
Hoge Raad, 4 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:859 · Hoge Raad · 4 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-859
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2013
- Datum publicatie
- 4 oktober 2013
- Zaaknummer
- 13/00726
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:859
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Koop woonhuis. Beroep op dwaling; art. 6:228 BW. Mededelingsplicht? Peilmoment sluiten overeenkomst. Belang bij reconventionele vorderingen.
Procesgang
Uitspraak · 2010
ECLI:NL:GHSHE:2010:5010Uitspraak · 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:4126Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 augustus 2013
ECLI:NL:PHR:2013:756Hoge Raad · 4 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:859
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
4 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 13/00726
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerder],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 213007/HA ZA 09-2296 van de rechtbank Breda van 31 maart 2010 en 21 juli 2010;
b. de arresten in de zaak 200.074.526 en 200.074.526/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 23 november 2010 en 25 september 2012.
De arresten van het hof van zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 25 september 2012 hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat, alsmede door mr. F.M. Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoekers] heeft bij brief van 6 september 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth 4 oktober 2013.