Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg overeenkomst. Bindende eindbeslissing. Passeren essentiële stellingen en bewijsaanbod?
Hoge Raad, 18 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:974 · Hoge Raad · 18 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-974
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2013
- Datum publicatie
- 17 oktober 2013
- Zaaknummer
- 12/03170
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:974
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg overeenkomst. Bindende eindbeslissing. Passeren essentiële stellingen en bewijsaanbod?
Procesgang
Rechtbank Zwolle-Lelystad · 1 augustus 2007
ECLI:NL:RBZLY:2007:BB6625Gerechtshof Arnhem · 13 maart 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BV8643(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:792Hoge Raad · 18 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:974
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
18 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/03170
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TUBANTO B.V.,
gevestigd te Hengelo,
EISERES tot cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. B. Winters en mr. J. van der Beek,
t e g e n
de stichting DR. A. FULDAUERSTICHTING,
gevestigd te Hengelo,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt en mr. A. Knigge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Tubanto en de Stichting.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 124760/HA ZA 06-1190 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 augustus 2006, 1 augustus 2007, 12 december 2007 en 28 januari 2009 alsmede de rolbeslissing in deze zaak van 28 mei 2008;
b. de arresten in de zaak 200.032.234/01 van het gerechtshof te Arnhem van 3 augustus 2010 en 13 maart 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Tubanto beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Tubanto heeft bij brief van 19 september 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Tubanto in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.A. Loth, C.E. Drion, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.