Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Managementovereenkomst. Tussentijdse beëindiging. Tekortkoming vatbaar voor herstel?…
Hoge Raad, 18 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:975 · Hoge Raad · 18 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-975
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2013
- Datum publicatie
- 17 oktober 2013
- Zaaknummer
- 12/04722
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. M.E Bruning, mr. G.R. den Dekker
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:975
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Managementovereenkomst. Tussentijdse beëindiging. Tekortkoming vatbaar voor herstel? Ingebrekestelling vereist?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:806Hoge Raad · 18 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:975
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
18 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04722
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
C.T.S. HOLDING B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. M.E. Bruning, thans mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerster], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als CTS en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 350551/HA ZA 09-3591 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 23 december 2009 en 17 november 2010;
b. de arresten in de zaak 200.082.804/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 26 april 2011 (tussenarrest) en 29 mei 2012 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft CTS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. M.P.A.J. Dings, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van CTS heeft bij brief van 20 september 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt CTS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.