Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huur. Verbintenissenrecht. Beëindiging huurbetalingsverplichting met wederzijds goedvinden?…

Hoge Raad, 12 juli 2013

Zaakgegevens

Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Datum publicatie
15 juli 2013
Zaaknummer
12/03039
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. H.H.M. Meijroos
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:98
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huur. Verbintenissenrecht. Beëindiging huurbetalingsverplichting met wederzijds goedvinden? Gerechtvaardigd vertrouwen; art. 3:35 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 februari 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6435
  2. Gerechtshof Amsterdam · 20 december 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6466
  3. Conclusie A-G · 21 juni 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:21
  4. Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:98

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 12/03039

TT/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,

t e g e n

ROQ HOLDING B.V.,
gevestigd te Rijnsaterwoude, gemeente Jacobswoude,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Roq Holding.

1 Het geding in vorige instanties

Voor het verloop van het geding in vorige instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de vonnissen in de zaak 933616 CV EXPL 08-4868 van de kantonrechter te Amsterdam van 18 april 2008, 12 december 2008 en 18 september 2009;

  2. de arresten in de zaak 200.052.164/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011 en 20 december 2011;

  3. het tussenarrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2012.

De arresten van het hof en het tussenarrest van de Hoge Raad zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 22 februari 2011 en 20 december 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Roq Holding is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Roq Holding begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.