Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet. Loonvordering. Matiging; art. 7:680a BW. Beperking…
Hoge Raad, 14 juni 2013
ECLI:NL:HR:2013:BQ3870 · Hoge Raad · 14 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-bq3870
Zaakgegevens
Op 14 juni 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juni 2013
- Datum publicatie
- 27 juni 2013
- Zaaknummer
- 11/01112
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BQ3870
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet. Loonvordering. Matiging; art. 7:680a BW. Beperking wettelijke verhoging; art. 7:625 BW.
Uitspraak
14 juni 2013
Eerste Kamer
11/01112
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. J.C. van Zundert,
t e g e n
DE BRAUW BLACKSTONE WESTBROEK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en De Brauw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 723277 CV EXPL 06-15663 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 juli 2006 en 16 maart 2007;
b. de arresten in de zaak 105.006.639/01 (rolnummer oud: C07/00774) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juli 2007, 31 maart 2009 en 28 september 2010.
De arresten van 31 maart 2009 en 28 september 2010 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 31 maart 2009 en 28 september 2010 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen De Brauw is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 19 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Brauw begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.