Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging overeenkomst onderhuur bedrijfsruimte, art. 7:296 en art. 7:306 BW.
Hoge Raad, 17 mei 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ4156 · Hoge Raad · 17 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-bz4156
Zaakgegevens
Op 17 mei 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01174
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.Ph.J. van Utenhove
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ4156
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging overeenkomst onderhuur bedrijfsruimte, art. 7:296 en art. 7:306 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 29 november 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6343Hoge Raad · 17 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ4156
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ4156
Uitspraak
17 mei 2013
Eerste Kamer
12/01174
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
VERTIGO B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. L.Ph.J. van Utenhove,
t e g e n
STICHTING FILMINSTITUUT NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Vertigo en het Filmmuseum.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak CV 10-2521 van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2011 en 7 april 2011;
b. het arrest in de zaak 200.090.461/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Vertigo bij cassatiedagvaarding van 23 februari 2012 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Filmmuseum is verstek verleend.
Bij brief van 28 december 2012 heeft de advocaat van Vertigo aan de Hoge Raad bericht dat Vertigo bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2012 in staat van faillissement is verklaard. Bij beslissing van 4 februari 2013 heeft de rolraadsheer bepaald dat onderhavig geding zal worden voortgezet.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Vertigo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Filmmuseum begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.