Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Landinrichtingswet. Ruilverkaveling. Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen.

Hoge Raad, 12 juli 2013

Zaakgegevens

Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02741
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk mr. P. Garretsen thans mr. K Aantjes, mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA0723
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Landinrichtingswet. Ruilverkaveling. Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 mei 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
  2. Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:CA0723

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 11/02741

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen thans mr. K. Aantjes,

t e g e n

LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "DE GOUW",
zetelende te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 127385/HA ZA 11-178 van de rechtbank Alkmaar van 21 april 2011.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Landinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.