Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Koop bouwkavel. Schade kopers als gevolg van onrechtmatige gedragingen…

Hoge Raad, 12 juli 2013

Zaakgegevens

Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/05348
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA0730
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Koop bouwkavel. Schade kopers als gevolg van onrechtmatige gedragingen verkoper? Passeren bewijsaanbod.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 7 februari 2012

    ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8907
  2. Gerechtshof Amsterdam · 31 juli 2012

    ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3163
  3. Conclusie A-G · 17 mei 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:CA0730
  4. Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:CA0730

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 12/05348

RM/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,

t e g e n

De erfgenamen van [betrokkene 1], overleden op 18 april 2010,

VERWEERDERS in cassatie, EISERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [betrokkene 1].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de vonnissen in de zaak 159947/HA ZA 09-1059 van de rechtbank Haarlem van 23 september 2009 en 13 oktober 2010;

  2. de arresten in de zaak 200.081.237/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012 en 31 juli 2012.

Het arrest van het hof van 31 juli 2012 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 31 juli 2012 heeft [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [betrokkene 1] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eisers] mede door mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.

De advocaten van [eisers] hebben bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [betrokkene 1] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.