Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 22 oktober 2010, ECLI: NL: HR: 2010: BM8933. Bewijsopdracht ten aanzien van…
Hoge Raad, 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA1744 · Hoge Raad · 12 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-ca1744
Zaakgegevens
Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/04245
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J de Bie Leuveling Tjeenk, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:CA1744
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 22 oktober 2010, ECLI: NL: HR: 2010: BM8933. Bewijsopdracht ten aanzien van partijbedoeling met betrekking tot duur opstalrecht.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 18 oktober 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7814Gerechtshof Amsterdam · 29 mei 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9482Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA1744Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:CA1744
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04245
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1 Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
het arrest in de zaak 08/05108, LJN BM8933, NJ 2011/111 van de Hoge Raad van 22 oktober 2010;
-
de arresten in de zaak 200.078.452/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 oktober 2011 en 29 mei 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. D. Vlasblom, advocaat te Amsterdam
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.