Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Executoriale verkoop dressuurpaard. Non-conformiteit. Art. 7:19 BW. Misleiding of bedrog?…
Hoge Raad, 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA3724 · Hoge Raad · 12 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-ca3724
Zaakgegevens
Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/02366
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Bruning, mr. B.T.M. van der Wiel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:CA3724
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Executoriale verkoop dressuurpaard. Non-conformiteit. Art. 7:19 BW. Misleiding of bedrog? Art. 3:44 lid 3 BW. Klachtplicht, art. 7:23 BW. Art. 6:248 lid 2 BW. Aan wie moet de klacht worden gericht ingeval van vertegenwoordiging? Klachttermijn.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 6 december 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7787Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA3724Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:CA3724
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02366
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
2. De vennootschap naar Frans recht S.A.R.L. HARAS DE HUS,
gevestigd te Petit Mars, Nantes, Frankrijk,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en ING.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
de vonnissen in de zaak 351360/HA ZA 06-3024 van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2007 en 8 augustus 2007;
-
de arresten in de zaak 106.007.352/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2009 en 6 december 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. ING heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat en mr. M.L. Blackstone, advocaat te Deventer. Voor ING is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 14 juni 2013, verbeterd bij brief van 15 juni 2013, op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.