Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Echtscheiding. Wijziging huwelijkse voorwaarden staande huwelijk en gelijktijdige…
Hoge Raad, 15 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA3767 · Hoge Raad · 15 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-ca3767
Zaakgegevens
Op 15 november 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/03959
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P. Heering.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:CA3767
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Echtscheiding. Wijziging huwelijkse voorwaarden staande huwelijk en gelijktijdige afrekening op grond van periodiek verrekenbeding door middel van overeenkomst. Uitleg. Overeenkomsten vernietigbaar wegens (wederzijdse) dwaling? Art. 1:135 lid 2 en 3:196 BW.
Procesgang
Rechtbank Breda · 9 februari 2011
ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3867Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA3767Hoge Raad · 15 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:CA3767
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
15 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/03959
EE
Arrest
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. J. van Duijvendijk-Brand en mr. K.J.O. Jansen,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 213482/HA ZA 10-29 van de rechtbank Breda van 3 maart 2010 en 9 februari 2011;
b. het arrest in de zaak HD 200.085.753 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 28 februari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de vrouw mede door mr. K.T.J.M. Pijls-Olde Scheper, advocaat te Roosendaal.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 5 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 15 november 2013.