Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op de voet van art. 2:248 BW.
Hoge Raad, 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA3845 · Hoge Raad · 12 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-ca3845
Zaakgegevens
Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/04266
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. E.S. Ebels
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:CA3845
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op de voet van art. 2:248 BW.
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:435Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 juni 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA3845Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:CA3845
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04266
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
Mr. Marcus Cornelis UDINK, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Legal Point B.V., Legal Point Arnhem B.V., Legal Point Rotterdam B.V. en Legal Point Consultancy B.V.,
kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.S. Ebels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
het vonnis in de zaak 300745/HA ZA 07-3882 van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 mei 2009;
-
de arresten in de zaak 200.040.788/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 februari 2011 en 4 oktober 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 8 februari 2011 en 4 oktober 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het anticipatie exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 773,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
.