Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Koude uitsluiting. Vernietigbaarheid huwelijkse voorwaarden?…
Hoge Raad, 25 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:1003 · Hoge Raad · 25 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-1003
Zaakgegevens
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2014
- Datum publicatie
- 24 april 2014
- Zaaknummer
- 13/03200
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K.G.W. van Oven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:1003
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Koude uitsluiting. Vernietigbaarheid huwelijkse voorwaarden? Wilsontbreken doordat de vrouw de Nederlandse taal niet machtig is? Wilsgebrek (misbruik van omstandigheden; dwaling; bedrog)?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 27 maart 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1393Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 maart 2014
ECLI:NL:PHR:2014:181Hoge Raad · 25 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:1003
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03200
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mrs. D. Rijpma en M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 188001 / F1 RK 02-4134 van de rechtbank Rotterdam van 21 juni 2004 en 11 juli 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.114.825/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 20 maart 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.