Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Uitleg Portugees testament. Art. 4:46 BW. Onbegrijpelijke uitleg dat…

Hoge Raad, 9 mei 2014

Zaakgegevens

Op 9 mei 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 mei 2014
Datum publicatie
8 mei 2014
Zaaknummer
13/01303
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. H.J.W Alt, mr. R.F. Thunnissen
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1079
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Uitleg Portugees testament. Art. 4:46 BW. Onbegrijpelijke uitleg dat herroepingsclausule in Portugees testament duidelijke zin mist in het licht van het eerdere Nederlandse testament?

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 13 november 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3184
  2. Conclusie A-G · 21 maart 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:221
  3. Hoge Raad · 9 mei 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1079

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

9 mei 2014

Eerste Kamer

nr. 13/01303

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiseres 2],

3. [eiseres 3],
allen wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[verweerster],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 332696/HA ZA 09-1668 van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2010 en 8 september 2010;

b. het arrest in de zaak 200.077.239/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 13 november 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 april 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 380,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 9 mei 2014.