Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Tijdig voldoen aan klachtplicht. Beroep op art. 6:89 BW naar maatstaven…
Hoge Raad, 24 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:148 · Hoge Raad · 24 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-148
Zaakgegevens
Op 24 januari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 januari 2014
- Datum publicatie
- 23 januari 2014
- Zaaknummer
- 13/00821
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W. Scheltema.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:148
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Tijdig voldoen aan klachtplicht. Beroep op art. 6:89 BW naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Aansprakelijkheid onderaannemer jegens opdrachtgever uit onrechtmatige daad? Klachten tegen instandhouding proceskostenveroordeling in eerste aanleg na vernietiging vonnis.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 december 2013
ECLI:NL:PHR:2013:1835Hoge Raad · 24 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:148
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
24 januari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/00821
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.L. de Graaff,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 126674 / HA ZA 05-820 van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2005, 21 september 2005, 26 juli 2006, 31 januari 2007, 25 april 2007, 5 november 2008 en 11 maart 2009;
b. de arresten in de zaak 200.035.110 van het gerechtshof te Arnhem van 1 februari 2011, 4 oktober 2011 en 9 oktober 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen voornoemde arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale beroep en het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van [eiser] c.s. hebben bij brief van 20 december 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] c.s. begroot op € 68,07,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.