Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Verschuldigdheid huur. Vaststelling partijbedoeling. Maatstaf…
Hoge Raad, 27 juni 2014
ECLI:NL:HR:2014:1538 · Hoge Raad · 27 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-1538
Zaakgegevens
Op 27 juni 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2014
- Datum publicatie
- 26 juni 2014
- Zaaknummer
- 13/04168
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:1538
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Verschuldigdheid huur. Vaststelling partijbedoeling. Maatstaf tegenbewijs. Passeren bewijsaanbod.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 7 mei 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1777Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 april 2014
ECLI:NL:PHR:2014:363Hoge Raad · 27 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:1538
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
27 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04168
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TEXAG AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. A. van Staden ten Brink en mr. M.S. van der Keur,
t e g e n
QUINTESSA B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Texag en Quintessa.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 482166/CV EXPL 10-7098 van de kantonrechter te Haarlem van 13 januari 2011, 27 januari 2011 en 24 november 2011;
b. het arrest in de zaak 200.103.762/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Texag beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Quintessa is verstek verleend.
De zaak is voor Texag toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Texag in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Quintessa begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.