Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Voormalig werknemer voldoet niet aan vereiste voor toekenning…
Hoge Raad, 11 juli 2014
ECLI:NL:HR:2014:1631 · Hoge Raad · 11 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-1631
Zaakgegevens
Op 11 juli 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2014
- Datum publicatie
- 9 juli 2014
- Zaaknummer
- 13/03869
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:1631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Voormalig werknemer voldoet niet aan vereiste voor toekenning arbeidsongeschiktheidspensioen op grond van pensioenreglement. Derogerende werking redelijkheid en billijkheid? Art. 6:248 lid 2 BW.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 2 april 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7163Hoge Raad · 11 juli 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:1631
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
11 juli 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03869
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
STICHTING PENSIOENFONDS ING,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 982353/10-22235 van de kantonrechter te ’s-Gravenhage van 6 april 2011;
b. de arresten in de zaak 200.093.696/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 oktober 2011 en 2 april 2013.
Het arrest van het hof van 2 april 2013 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 2 april 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Stichting toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 juli 2014.