Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Incidentele vordering tot zekerheidsstelling proceskosten (art. 224 Rv in verband met art…
Hoge Raad, 7 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:257 · Hoge Raad · 7 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-257
Zaakgegevens
Op 7 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2014
- Datum publicatie
- 6 februari 2014
- Zaaknummer
- 12/05478
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.Th.R.F Carli, mr. A.H.M. van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:257
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Incidentele vordering tot zekerheidsstelling proceskosten (art. 224 Rv in verband met art. 414 Rv). Partij zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2506Hoge Raad · 7 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:257
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
7 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 12/05478
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], handelend onder de naam [A] B.V.,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
[verweerder], handelend onder de naam [B],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1 Het geding in cassatie
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in de zaak 12/05478 ECLI:NL:HR:2013:CA0731 van 12 juli 2013;
Het arrest is aan dit arrest gehecht.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.