Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ouderlijk gezag. Beroepschrift bevat geen gronden. Art. 278 en 359 Rv. Tardieve grieven…
Hoge Raad, 7 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:273 · Hoge Raad · 7 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-273
Zaakgegevens
Op 7 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2014
- Datum publicatie
- 7 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/02784
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.A.M Brouwers-Bouwman, mr. B.J. van Dorp
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:273
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ouderlijk gezag. Beroepschrift bevat geen gronden. Art. 278 en 359 Rv. Tardieve grieven tijdens mondelinge behandeling?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 december 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2367Hoge Raad · 7 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:273
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
7 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02784
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman,
t e g e n
1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO NOORD-NEDERLAND LOCATIE GRONINGEN,
kantoorhoudende te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
2. BUREAU JEUGDZORG GRONINGEN,
kantoorhoudende te Groningen,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
beide niet verschenen,
3. [de pleegouders],
beiden wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
advocaat: mr. B.J. van Dorp.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader enerzijds en de Raad, BJZ en de pleegouders anderzijds.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 122243/FA RK 10-2596 van de rechtbank Groningen van 22 mei 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.111.959 van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De pleegouders hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 18 december 2013 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.