Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Waardebepaling aandelen; waarderingsgrondslag…
Hoge Raad, 10 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2933 · Hoge Raad · 10 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2933
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2014
- Datum publicatie
- 13 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/05894
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S Kousedghi, mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2933
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Waardebepaling aandelen; waarderingsgrondslag. Draagplicht voor gemeenschapsschulden; art. 1:100 lid 1 BW; grond voor afwijking hoofdregel van verdeling bij helfte?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 28 augustus 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:3749Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2014
ECLI:NL:PHR:2014:673Hoge Raad · 10 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2933
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
10 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/05894
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak met rekestnummers 371494/F1 RK 11-177 en 383395/F1 RK 11-2324 van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2011 en 17 oktober 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.120.417/01 en 200.125.614/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 augustus 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 juli 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 oktober 2014.