Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Renvooiprocedure. Overdracht gezekerde vordering uit geldleningsovereenkomst. Aanspraak…
Hoge Raad, 17 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2995 · Hoge Raad · 17 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2995
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2014
- Datum publicatie
- 17 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/03319
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.E Vermeulen, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2995
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Renvooiprocedure. Overdracht gezekerde vordering uit geldleningsovereenkomst. Aanspraak cessionaris op contractuele boeterente jegens schuldenaar? Verweer curator dat terugbetalingsmogelijkheden schuldenaar zijn beperkt door wanprestatie van cedent (bank) als assurantietussenpersoon.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:977Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 augustus 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1852Hoge Raad · 17 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2995
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03319
LZ/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
mr. M.R. VAN ZANTEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 355442/HA ZA 06-3564 van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2007, 13 juni 2007, 16 april 2008 en 4 juni 2008;
b. de arresten in de zaak 200.014.179/01 en 200.014.112/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 november 2009, 2 augustus 2011, 16 oktober 2012 en 2 april 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 2 april 2013 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. B.F.L.M. Schim, en voor de curator mede door mr. P.B.Q. van Bijsterveldt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van de [eiseres] heeft bij brief van 5 september 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 380,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.