Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Koopovereenkomst gesloten ‘voor zich of nader te noemen meester’. Maatstaf art. 3:67 BW, HR…
Hoge Raad, 17 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2997 · Hoge Raad · 17 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2997
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2014
- Datum publicatie
- 17 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/04554
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.E. Vermeulen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2997
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Koopovereenkomst gesloten ‘voor zich of nader te noemen meester’. Maatstaf art. 3:67 BW, HR 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5953, NJ 2000/442. Aanwijzing volmachtgever voldoende duidelijk en zonder voorbehoud, alsook binnen redelijke termijn? Art. 3:33 en 3:35 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 18 juni 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:5020Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2014
ECLI:NL:PHR:2014:686Hoge Raad · 17 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2997
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04554
EE/LH
Arrest
in de zaak van:
1. ZAANSE ONTWIKKELINGS MAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Zaandam,
2. Y-LAND PLAN ONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. S.M. Kingma,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ZOM c.s. en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 332460/HA ZA 06-14 van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2006 en 27 augustus 2008;
b. het arrest in de zaak 200.020.401/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 juni 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben ZOM c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het principale cassatieberoep. ZOM c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping ten aanzien van onderdeel A en tot referte ten aanzien van onderdeel B van het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het principale beroep.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt ZOM c.s. in de kosten van het geding incassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.