Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Vertegenwoordiging. Koper handelt voor zich of nader te noemen…
Hoge Raad, 24 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:3038 · Hoge Raad · 24 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3038
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2014
- Datum publicatie
- 24 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/04443
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W. de Jong
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3038
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Vertegenwoordiging. Koper handelt voor zich of nader te noemen lastgever. Lastgever krijgt financiering niet rond en blijkt insolvabel. Onrechtmatig handelen door koper? Feitelijke grondslag? Onbegrijpelijk oordeel?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1875Hoge Raad · 24 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3038
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
24 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04443
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. V.O.C. BEHEER B.V.,
gevestigd te Maasland, gemeente Midden-Delfland,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. de Jong,
t e g e n
DMA VASTGOED B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenzande, gemeente Westland
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. M.M. Stolp.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als V.O.C. c.s. en DMA.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 330782/HA ZA 09-567 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 mei 2009 en 1 september 2010;
b. het arrest in de zaak 200.087.507/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben V.O.C. c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
DMA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor DMA mede door mr. R.A. Woutering.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van V.O.C. c.s. heeft bij brief van 19 september 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt V.O.C. c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DMA begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 oktober 2014.