Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Opstalrecht. AV2000. Gebondenheid opstalhouders aan door Hoogheemraadschap vastgestelde…
Hoge Raad, 31 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:3067 · Hoge Raad · 31 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3067
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2014
- Datum publicatie
- 30 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/00523
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Rijpma, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3067
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Opstalrecht. AV2000. Gebondenheid opstalhouders aan door Hoogheemraadschap vastgestelde nieuwe algemene opstalvoorwaarden (AV 2007) en nieuwe retributiemethodiek? Bevat art. 29 AV 2000 onherroepelijk aanbod tot nieuw opstalcontract onder toepassing AV2000? Herroeping aanbod in strijd met vertrouwensbeginsel? Art. 3:14 BW. Samenhang met 13/00525 en 13/00529.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 23 oktober 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0518Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2014
ECLI:NL:PHR:2014:525Hoge Raad · 31 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3067
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
31 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/00523
EV/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
5. [eiser 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eiser 6],
wonende te [woonplaats],
7. De stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING OPSTALHOUDERS HAARLEMMERMEER,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
t e g e n
HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND,
zetelende te Leiden,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en het Hoogheemraadschap.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 312579/HA ZA 08-1855 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 september 2008 en 18 augustus 2010;
b. het arrest in de zaak 200.077.007/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 oktober 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door mr. L.E. de Geer en voor het Hoogheemraadschap door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 20 juni 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 oktober 2014.