Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ruilverkaveling (art. 52 Wet inrichting landelijk gebied). Feitelijke grondslag…
Hoge Raad, 31 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:3074 · Hoge Raad · 31 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3074
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2014
- Datum publicatie
- 30 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14/00116
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3074
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ruilverkaveling (art. 52 Wet inrichting landelijk gebied). Feitelijke grondslag. Belangenafweging. Onbegrijpelijk oordeel?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1811Hoge Raad · 31 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3074
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
31 oktober 2014
Eerste Kamer
14/00116
LZ/JG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],
gevestigd te [plaats],
2. [verzoekster 2],
gevestigd te [plaats],
3. [verzoeker 3],
wonende te [plaats],
4. [verzoeker 4],
wonende te [plaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en
mr. R.L. de Graaff,
t e g e n
UITVOERINGSCOMMISSIE ENTER,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en
mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de uitvoeringscommissie.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/07/205837/HA RK 13-8 van de rechtbank Overijssel van 19 september 2013.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De uitvoeringscommissie heeft verzocht het cassatieberoep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 3 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Uitvoeringscommissie begroot op € 815,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 oktober 2014.