Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Kort geding. Schade ontstaan bij bouwwerkzaamheden op naburig perceel…
Hoge Raad, 28 november 2014
ECLI:NL:HR:2014:3459 · Hoge Raad · 28 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3459
Zaakgegevens
Op 28 november 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 november 2014
- Datum publicatie
- 28 november 2014
- Zaaknummer
- 14/02753
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.L.C.M. Oomen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3459
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Kort geding. Schade ontstaan bij bouwwerkzaamheden op naburig perceel. Onbegrijpelijk oordeel?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2200Hoge Raad · 28 november 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3459
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 november 2014
Eerste Kamer
14/02753
LH/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
1. GEMEENTE MIDDELBURG,
zetelende te Middelburg,
2. MORTIERE GRONDEXPLOITATIE C.V.,
gevestigd te Rosmalen,
3. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER I B.V.,
gevestigd te Rosmalen,
4. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER II B.V.,
gevestigd te Rosmalen,
5. [verweerster 5],
gevestigd te [vestigingsplaats],
6. [verweerster 6],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C12/87132 / KG ZA 13-18 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 maart 2013;
b. de arresten in de zaak HD 200.125.244/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 juni 2013, 25 maart 2014 en 1 juli 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 25 maart 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Gemeente c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van 81 RO.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 november 2014.