Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Curaçaose zaak. Vordering tot ontruiming jegens koper van op huurgrond gebouwd huisje…
Hoge Raad, 5 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3521 · Hoge Raad · 5 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3521
Zaakgegevens
Op 5 december 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2014
- Datum publicatie
- 4 december 2014
- Zaaknummer
- 13/02323
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H.M. van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3521
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Curaçaose zaak. Vordering tot ontruiming jegens koper van op huurgrond gebouwd huisje. Onrechtmatig handelen huurder grond? Passeren bewijsaanbod; art. 145 en 280 RvC. Specificatie-eis. Ter zake dienend aanbod?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1855Hoge Raad · 5 december 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3521
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
5 december 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02323
LH/JG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende op Curaçao,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
[verweerder],
wonende op Curaçao,
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak AR 2010/208 (43849) van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 18 april 2011,
b. het vonnis in de zaak AR 43849-H 304/11 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 29 mei 2012 en 12 februari 2013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof van 12 februari 2013 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor [verzoekster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 380,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 5 december 2014.