Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Nieuwe grief opgeworpen bij akte na comparitie? Strijd met ‘in beginsel strakke regel’?…
Hoge Raad, 21 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:405 · Hoge Raad · 21 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-405
Zaakgegevens
Op 21 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2014
- Datum publicatie
- 20 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/02737
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.C.M. Kortman
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:405
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Nieuwe grief opgeworpen bij akte na comparitie? Strijd met ‘in beginsel strakke regel’? Feitelijke grondslag.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 februari 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5650Hoge Raad · 21 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:405
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
21 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02737
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.C.M. Kortman,
t e g e n
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV DIENSTENBOND,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en CNV.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 182980/HA ZA 11-807 van de rechtbank Haarlem van 28 september 2011 en 8 februari 2012;
b. de arresten in de zaak 200.105.522/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2012 en 19 februari 2013.
Het arrest van het hof van 19 februari 2013 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 19 februari 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen CNV is verstek verleend.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CNV begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.