Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling Nederlanderschap. Art. 17 RWN. Naturalisatiebesluit vóór 1 april 2003 op basis…
Hoge Raad, 21 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:408 · Hoge Raad · 21 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-408
Zaakgegevens
Op 21 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2014
- Datum publicatie
- 20 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/02795
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.M. van Asperen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:408
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling Nederlanderschap. Art. 17 RWN. Naturalisatiebesluit vóór 1 april 2003 op basis van valse of fictieve persoonsgegevens. Strijd met Unierecht en art. 8 i.v.m. 14 EVRM?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 januari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:64Hoge Raad · 21 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:408
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
21 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02795
LZ/EE
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
en zijn kinderen:
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verzoeker 3],
4. [verzoeker 4],
5. [verzoeker 5],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaten: mr. P.S. Kamminga en mr. T. Welschen,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Staat.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/421802/HA RK 12-342 van de rechtbank Den Haag van 7 maart 2013.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaten van [verzoeker] c.s hebben bij brief van 16 januari 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.