Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap.

Hoge Raad, 21 februari 2014

Zaakgegevens

Op 21 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2014
Datum publicatie
21 februari 2014
Zaaknummer
13/03211
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. E El-Sharkawi, mr. M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:411
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 27 maart 2013

    ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9677
  2. Conclusie A-G · 10 januari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:4
  3. Hoge Raad · 21 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:411

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

21 februari 2014

Eerste Kamer

nr. 13/03211

RM/LH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. E. El-Sharkawi,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.E. Bruning.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 368400 / F1 RK 10/3291 van de rechtbank Rotterdam van 25 augustus 2011 en 3 juli 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.114.387/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.