Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot nakoming maatschapscontract naar aanleiding van uitzetting uit de maatschap.
Hoge Raad, 28 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:441 · Hoge Raad · 28 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-441
Zaakgegevens
Op 28 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 februari 2014
- Datum publicatie
- 28 februari 2014
- Zaaknummer
- 12/05779
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. W.H. van Hemel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:441
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot nakoming maatschapscontract naar aanleiding van uitzetting uit de maatschap.
Procesgang
Rechtbank Utrecht · 15 april 2009
ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1184Gerechtshof Amsterdam · 11 september 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7072Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:33Hoge Raad · 28 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:441
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
28 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 12/05779
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
de maatschap DE EGLANTIER, handelend onder de naam BDO Accountants & Belastingadviseurs,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. W.H. van Hemel.
Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers], en ieder afzonderlijk als [eiser 1] en [eiseres 2]. Verweerster in cassatie zal hierna worden aangeduid als BDO.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 245519/HA ZA 08-543 van de rechtbank Utrecht van 18 juni 2008 en 15 april 2009;
b. de arresten in de zaak 200.039.331 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 september 2010 (tussenarrest) en 11 september 2012 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. BDO heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor BDO mede door mr. M. Malycha, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 28 januari 2014 op die conclusie gereageerd; de advocaat van BDO heeft dat gedaan bij brief van 31 januari 2014.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BDO begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BDO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 februari 2014.