Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. In appel afgewezen verzoek tot heroverweging van rolbeschikking waarbij akte niet-dienen…
Hoge Raad, 28 maart 2014
ECLI:NL:HR:2014:737 · Hoge Raad · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-737
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 27 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/01847
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.Th.R.F Carli, mr. K. Teuben
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:737
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. In appel afgewezen verzoek tot heroverweging van rolbeschikking waarbij akte niet-dienen werd verleend; hoger beroep niet-ontvankelijk.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:79Hoge Raad · 28 maart 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:737
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 maart 2014
Eerste Kamer
nr. 13/01847
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING MONUMENTEN 6%,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën),
zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de Staat.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 386303/HA ZA 11-329 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2011 en 7 december 2011;
b. de rolbeslissingen in de zaak 200.103.858/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 16 oktober 2012 en 24 oktober 2012, en het eindarrest van 13 november 2012.
Het arrest van het hof van 13 november 2012 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van 13 november 2012 van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.