Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Belang bij grief tegen voorshands bewijsoordeel kantonrechter? Feitelijke grondslag.
Hoge Raad, 28 maart 2014
ECLI:NL:HR:2014:739 · Hoge Raad · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-739
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 27 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/02033
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, mr. D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:739
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Belang bij grief tegen voorshands bewijsoordeel kantonrechter? Feitelijke grondslag.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 december 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:5719Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:80Hoge Raad · 28 maart 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:739
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
28 maart 2014
EErste Kamer
nr. 13/02033
EV/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], rechtsopvolger onder bijzondere titel van [betrokkene],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
TEIKYO EUROPE B.V.,
gevestigd te Meerssen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Teikyo.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 294591 CV EXPL 08-2136 van de kantonrechter te Maastricht van 12 november 2008, 27 mei 2009, 23 juni 2010, 10 augustus 2011 en 12 oktober 2011;
b. het arrest in de zaak HD 200.097.448/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 18 december 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Teikyo heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Teikyo toegelicht door haar advocaat en mr. E. Nijhof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Teikyo begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.